www.javanenindiaspora.net

Home
Diaspora Indonesia... Indonesiërs in diaspora
Transmigraties Javanen van Java (Indonesië)
Migraties Javanen van Java (Indonesië)
Migraties Javaanse Surinamers
Persoonlijk verhaal 1 Karsih Moekmin
Persoonlijk verhaal 2 Sarmidie
Persoonlijk verhaal 3 Ngatidja Zweers-Padji

Javanenindiaspora.Net is een activiteit van
BanyuMili...
javanenvansuriname.info

Get the Adobe Flash Player to see this video.

Persoonlijke verhalen 1
Karsih Moekmin

Javanen in diaspora is méér dan alleen maar de migraties van Javanen van Java (Indonesië) als Javaanse contractarbeiders naar Suriname en de migraties van Javaanse Surinamers naar Indonesië, Nederland en andere landen.

Javanen in diaspora omvat:

Transmigraties van  Javanen van Java (Indonesië)
naar andere eilanden van Indonesië

Migraties van Javanen van Java (Indonesië) naar Suriname en andere landen van de wereld

Het gebruik van Javanen bij de aanleg van spoorwegen tussen Amsterdam en Haarlem in 1837 en de aanleg van het Noordzeekanaal in 1865 in Nederland

Migraties van Javaanse Surinamers naar Indonesië, Nederland en andere landen van de wereld

Javanen in diaspora
maakt deel uit
van het grote geheel van
Indonesiërs in diaspora
Diaspora Indonesia

 

 
Zij reisden vanuit Java via Nederland (Amsterdam) naar Suriname als Javaanse contractarbeiders. Vele gingen weer terug naar Indonesië, andere gingen naar Nederland en andere landen van de wereld, als Javaanse Surinamers. De meeste zijn in Suriname gebleven en blijven ze - samen met landgenoten Surinamers - hard werken aan een mooi Suriname.

 

Laatste der immigranten

Onderstaand artikel is afkomstig van de website www.dwtonline.com. Het is geschreven door de heer Kenneth Donk. Het artikel is gedateerd op 23 november 2007. Aan het eind van deze pagina staat het emailbericht (verzoek tot plaatsing in BanyuMili) dat naar hem is verstuurd. Helaas is er geen reactie op gekomen. Omdat het verhaal heel belangrijk is voor de Javaanse gemeenschap is besloten het te plaatsen zonder voorafgaande toestemming. Ook de foto is zonder voorafgaande toestemming geplaatst. Mogelijk komt de toestemming alsnog. Het artikel is opgenomen, zoals het op de website www.dwtonline.com staat. BanyuMili is een andere mening toegedaan voor wat de schrijfwijze van de Javaanse woorden die erin staan.

 

Karsih Moekmin,
een van de eerste immigranten

Vooral wanneer het om mensen gaan die een interessante levensloop in Suriname hebben gekend, zoals de eerste Javaanse immigranten. Uit eigen onderzoek is gebleken dat van de immigranten die rond 1920 uit Indonesië naar Suriname kwamen, er nog maar enkele in leven zijn. Deze immigranten zijn over enkele jaren misschien niet meer in leven. Met hun overlijden verdwijnen gelijk ook hun ervaringen, verhalen en herinneringen op de plantages. Om ook hun verhalen vast te leggen gaan Ali, een vriend van mij, en ik op zondag 28 oktober 2007 op bezoek bij Karsih Moekmin  te Hamptoncourtpolder, Nickerie.

Assalaam Alaikum
Nickerie heeft volgens bekomen informatie, nog maar drie personen van Javaanse afkomst, die op jonge leeftijd vanuit Indonesië naar Suriname kwamen. Dat gebeurde meestal in gezelschap van hun ouders. Van deze oude mensen woont er één op Hamptoncourtpolder en de resterende twee te Wageningen, onder wie een honderd jarige.
Het is net vier uur in de middag geweest wanneer wij op het adres van de familie Moekmin te Hamptoncourtpolder, serie B nummer 8, meer bekend als Krappahoeklaan, aankomen. Karsih Moekmin en haar man, verwachten ons. Het huis van het echtpaar ligt ongeveer 20 meter van de zandweg. Vanuit de straat zijn vele vruchtbomen en bloemen te zien. Een loopbrug over het brede kanaal, verbindt de weg met het perceel.
Als wij op het erf komen, worden Ali en ik begroet door enkele blaffende honden, met wie we al gauw ‘vriendschap sluiten’. Karsih ziet er ondanks haar 85-jarige leeftijd nog vitaal uit. Op zijn Javaans, begroet ze ons zeer aangenaam en vriendelijk. Haar “Assalaam Alaikum” beantwoorden wij met “Alaikum Salaam”. Zo wensen wij elkaar de vrede toe. Karsih zegt dat ze haar man erbij haalt.
Met haar toestemming lopen wij even op het erf rond. Naast de vele vruchtbomen en bloemen, zien wij ook groenten en planten. Dat was in feite al te merken aan de katjangplanten, op de berm van de rijweg. De kousebandplantjes, zoals ze ook heten, stonden keurig in de rij en droegen groene en gezond uitziende kousebandjes. Op het erf ontbreekt de nationale liefdesbloem der Javanen, de “melatti” niet. Deze verspreidt haar geur in de wijde omtrek.

Om in de droge tijd verzekerd te zijn van zoetwater, heeft elk Javaans gezin op het erf een put van redelijke omvang. Ook bij dit bejaarde echtpaar, ontbreekt zo een “somoer” niet. De put heeft een “babakar”, een trap om in de put af te dalen. Met de “tjidoh” of kalebaskan, wordt het water opgeschept. Ons valt ook de “loemboeng”, de padischuur, en de “goedang” of berghok voor de gereedschappen op. Deze zaken sieren het erf, van deze landbouwers.
Van de “sawah” of het rijstareaal achter de woning is kortgeleden padie met de maai- en dorsmachine geoogst. Het stro ligt nog vers in lange rijen over het hele veld. Het is een mooi schouwspel. Vroeger oogstte men de rijst met de sikkel. Overgebleven aren oogstte men met een kort rechthoekig mes, de “apan”. Die wijze van oogsten noemt men ani-ani. Het bewerken van de padie tot rijst gebeurde met een rijstblok met stampers. Bij de javanen staan deze attributen bekend als “ loempang”,de matta, en de “atoe”, de stamper.Van Ramboen naar Waterloo
Als Karsih met haar man verschijnt, lopen wij naar haar toe. Karsih is in het noordoosten van Indonesië rond 1921 geboren. Ze heette toen Toeminem Wadjoet en had bij haar vertrek naar Suriname het immigrantennummer 412/22. Haar vader Wadjoet had als immigrantennummer 410/22. Hij was getrouwd met Bok Djebrak.

Haar nummer was 411/22. Hoe zij in Suriname aankwamen, vertelt de 85-jarige: “Ik was tien jaar oud toen ik met mijn vader en moeder naar Suriname kwam. Wij woonden in het het district Delhi, en wel in het dorp Ramboen. In het dorp had je een ballataplantage. Van de vele bolletriebomen die er stonden, tapte men het sap af. Deze werd gedroogd en als rubber geëxporteerd. Er werd ook katoen geteeld. Een deel werd tot garen verwerkt. Het leven in Indonesië was leuk.

Mijn moeder stikte kleren voor de bevolking en mijn vader werkte op de rubberplantage. Zij naaide kleren voor de arbeiders, die haar betaalden als zij hun loon ontvingen. Toen de ronselaars voor plantages in Suriname het dorp bezochten, gaf mijn vader zich op. Mijn moeder wilde niet naar Suriname komen en er ontstonden grote ruzies. Zij had een redelijk bestaan. Ook zou ze haar vrienden en kennissen moeten verlaten.
Zij stelde voor, dat mijn vader en ik vertrokken. Maar uiteindelijk besloot ze mee te gaan. In 1931 vertrokken wij met de Capatan Jenap naar Suriname. De reis duurde drie maanden. Mijn ouders werden op de suikerplantage Waterloo te werk gesteld. Mijn vader werkte als rietkapper, mijn moeder moest de bedden schoonhouden en de plantjes verzorgen. Na vijf jaren liep hun contract af. De plantagedirecteur bood mijn ouders een stier, een stuk grond, een kar en f100,= aan. Zij moesten dan op de plantage blijven werken als vrije arbeider.
Dat aanbod werd van de hand gewezen. In Nieuw-Nickerie werd een huis gehuurd, maar wij bleven er niet lang. Vrienden van mijn ouders bewogen hen om op de cacaoplantage 't Lot, die lag tussen de plantages Krappahoek en Gloria, te werken. De plantage had zelf geen fabriek. De uit de vruchten gehaalde cacaobonen, werden gedroogd en met boten, binnendoor, naar Paramaribo getransporteerd.
Het was hard werken op de plantage. Het loon bedroeg een gulden vijftig per dag. Met hun spaargeld, kochten mijn ouders een klein perceel aan de Krappahoeklaan. Waar ik nu woon, kochten zij later met de medewerking van bestuursopzichter Flu. Dit gebeurde toen de plantage 't Lot werd gesloten. Mijn ouders deden toen aan de bevolkingslandbouw. Zij plantten rijst en drooggewassen. Zij werkten daarnaast, net als ik later voor de rijstboeren met grotere velden, voor ongeveer 25 cent per dag. Dat gebeurde tijdens de plant- en oogsttijd. Je werkte dan van 8 uur 's morgens tot 5 uur 's middags.”

Karsidih was trouw in zijn werk. Karsih ontmoette haar man Karsidi Moekmin, toen zij met haar ouders naar de plantage 't Lot verhuisden. Karsidi is geboren in Suriname op 27 juni 1921. Hij is de zoon van Moekmin. Hij had als immigrantennummer 1274/VV. Zijn moeder Bok Karsinah had als nummer, 1296/VV . Karsih en Karsidi treden op 10 oktober 1942 met elkaar in het huwelijk. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren. Ngatinem ( 1943), Partinah ( 1947) en Toemirin (1949).
Zij bezochten de lagere school te Hamptoncourtpolder. Karsidih kan zich de directeur van de plantage 't Lot, Halfhide, nog goed herinneren. Zijn ouders woonden en werkten op deze plantage. Nadat hij met Karsih was getrouwd, ging hij bij zijn schoonouders inwonen. Omdat zijn gehoor slecht is, is het moeilijk met hem een gesprek op gang te brengen. Maar hij vertelt aan ons, dat zowel de plantage Hamptoncourt als Krappahoek, vele grote gebouwen kenden, evenals een gezamenlijke suikerfabriek.

Ali vertelt over hem het volgende: “Karsidih is ten tijde van mijn diensttijd als opzichter bij de bestuursdienst, 10 jaar lang lid van het waterschapsbestuur geweest. Hij was belast met het inspecteren van de dammen, trenzen en irrigatiekanalen. Hij moest erop toezien, dat de ingezetenen zich hielden aan hun plicht.
Zoals het betalen van waterschapsgelden. Hij was een trouwe en harde werker. Hij maakte nooit ruzie met iemand. Hij was zelf een trouwe landbouwer, wier perceel als voorbeeld diende. Hij had een mooie aanplant. Naast de landbouw kweekte hij ook schapen, geiten en kippen”.
Karsidih is erg blij met het bezoek van Ali en ik. Ons bezoek bevestigt wederom de vriendschap met Ali.
Het gesprek met Karsih en Karsidih was zeer aangenaam. Vooral de kennis van de Javaanse taal bij Ali, was nodig gebleken. Ik ben zeer verheugd, dat ik het verhaal van het echtpaar mocht vastleggen. Nadat wij in de tuin foto's hebben gemaakt, nemen wij afscheid van de lieve mensen. Zij hopen zeer spoedig hun verhaal in de krant te zien.

 

Dag meneer Kenneth Donk,

Het is zaterdagmorgen 1 december 2007 om 08.15 uur plaatselijke tijd in Nederland. Zojuist las ik uw artikel in www.dwtonline.com. Het is erg mooi en boeiend geschreven. Heel mooi gedaan. Sinds 2000 is mijn website online. En met veel succes. Via Afdeling Cultuurstudies (met wie ik een innige binding heb) op Fort Zeelandia mogen heel veel Surinaamse scholieren en studenten kennismaken met mijn website. Ook over de hele wereld is mijn website bekend. Maandelijks zijn er circa 30.000 unieke bezoekers. Van Indonesië tot Canada en van de Malediven tot Aruba. Om maar een zijstraatje te noemen. BanyuMili is een informatieve en educatieve website over de Javaanse Surinamers met een knipoog naar Java, Indonesië, het land waar de voorouders vandaan kwamen. Graag zou ik uw artikel en foto's willen overnemen en op mijn website plaatsen. Eventueel tegen een vergoeding. Eventueel, omdat het werk wat ik voor BanyuMili doe geheel door mijzelf wordt gefinancierd. Elke (kostenloze) bijdrage is dus mooi meegenomen. Ik doe alles zelf, van websitebouw, onderhoud tot redactionele invulling. Momenteel ben ik de website aan het updaten, zowel inhoudelijk als vormgevingstechnisch. Hopelijk geeft u mij de toestemming. Ik zal natuurlijk uw naam en emailadres onder het artikel vermelden.

Met vriendelijke groeten,

Reinier Kromopawiro
BanyuMili